Skip to: Ontwikkelingssamenwerking

Stem voor kinderen website

Ontwikkelingssamenwerking

De achtergrond

Wereldwijd worden kinderen nog harder dan volwassenen getroffen door armoede, conflicten en natuurrampen. Hoewel het coronavirus minder levensbedreigend is voor kinderen, ondervinden zij grote consequenties door strenge lockdowns en langdurige scholensluitingen. Ook al maken kinderen bijna een derde van de wereldbevolking uit en woont het grootste deel in ontwikkelingslanden, kinderen zijn geen specifieke prioriteit in het huidige ontwikkelingssamenwerkingsbeleid.

Mede door de pandemie nemen wereldwijd de risico’s op (online) seksuele uitbuiting van kinderen toe. Het is daarom van het grootste belang dat Nederland prioriteit geeft aan de internationale bestrijding van seksuele uitbuiting van kinderen binnen het OS-beleid. Ook de bescherming van meisjes tegen geweld verdient een vaste prioriteit binnen het beleid. Nederland dient meer te investeren in het versterken van kinderbeschermingssystemen in landen waar Nederland nauw mee samenwerkt. Hiermee wordt er actief uitvoering gegeven aan de verplichtingen onder het VN-Kinderrechtenverdrag.

Kinderen en jongeren komen ook steeds meer op voor hun eigen rechten en voor het klimaat. Dit is in veel landen niet zonder risico’s. Nederland zou minderjarige mensenrechtenverdedigers en klimaatverdedigers moeten steunen en beschermen waar nodig.

Nederland heeft een verantwoordelijkheid voor Nederlandse bedrijven die in het buitenland actief zijn. Zorg voor heldere verplichtingen en zet kinderrechten centraal in het beleid rond internationale handel en internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voorkom en stop kinderarbeid door uitvoering te geven aan de Wet Zorgplicht Kinderarbeid. Stimuleer het bedrijfsleven om kinderrechten te bevorderen en transparant te zijn over de impact van hun bedrijfsvoering op kinderen.

  • ChristenUnie

    “Bedrijven binden aan normen. Het uitgangspunt is dat bedrijven die van overheidssteun gebruikmaken, de OESO-normen rond internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen onderschrijven en naleven. Bedrijven kunnen worden uitgesloten van overheidssteun en aanbestedingen, als zij geen actie ondernemen om mensenrechtenschendingen, zoals kinder- en dwangarbeid, in de productieketen te voorkomen.”

    Zorgplicht voor iedere schakel in de productieketen. De overheid ondersteunt sectoren waar mogelijk om heldere codes te ontwikkelen betreffende de (internationale) zorgplicht en rapportageplicht van bedrijven op het gebied van arbeid, mensenrechten, milieu en eerlijke handelspraktijken. Als een sector onredelijk lang geen stappen onderneemt, of als er een grote groep achterblijvers is, ligt het wettelijk vastleggen van verplichtingen voor de hand.”

    “Omgekeerde bewijslast. Betrekt een ondernemer grondstoffen of producten uit een sterk verdachte regio, dan kan de overheid eisen dat de ondernemer aantoont dat het bedrijf de toeleveringsketen op orde heeft en er geen sprake is geweest van bijvoorbeeld kinderarbeid.”

    Slechte producten uit winkels weren. We willen dat producten waarvan de productie in strijd is met internationale afspraken op het gebied van mensenrechten, kinderarbeid of milieu uit winkels worden geweerd.”

    “Import van buiten de Europese Unie. Voedsel dat van buiten de Europese Unie wordt geïmporteerd, moet voldoen aan de eisen van dierenwelzijn, emissies, biodiversiteit en mensenrechten. Dit vereist wetgevende maatregelen op het terrein van internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO).”

    “In ons buitenlandbeleid blijven we het naleven van mensenrechten, onder meer vastgelegd in de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens, benadrukken en straffeloosheid bestrijden – ook in deze internationale instellingen. Zowel de burgerlijke en politieke mensenrechten als de sociale, economische, culturele en collectieve mensenrechten zijn belangrijk. Want de bescherming van mensenrechten is voorwaarde voor een goed functionerende democratische rechtsstaat.”

    “Maatschappelijk verantwoord ondernemen. Er dient wetgeving te komen op het gebied van [i]Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO) om uitbuiting en slavernij tegen te gaan in de productieketens. Nederland implementeert de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen, waarbij gepaste zorgvuldigheid (due diligence) het uitgangspunt is. Het Nationaal Contactpunt toeziet op de naleving.”

    “Meer geld voor ontwikkelingssamenwerking. Nederland geeft 0,7% van het bruto nationaal inkomen (BNI) uit aan ontwikkelingssamenwerking, in navolging van internationale afspraken. Dit percentage omvat geen uitgaven die bedoeld zijn voor het stimuleren van Nederlandse export en de opvang van asielzoekers in Nederland. In Europees verband is de ChristenUnie alert op dat ontwikkelingsfondsen niet worden aangewend voor militaire uitgaven.”

    “Prioriteit voor de armste landen. De ChristenUnie wil dat 50% van het ontwikkelingsbudget wordt besteed aan verbetering van de leefomstandigheden in landen met de meeste armoede en achterstanden, met speciale aandacht voor de meest gemarginaliseerde groepen, zoals mensen met een beperking. De ChristenUnie wil een duurzaam commitment van tien jaar voor deze landen.”

    “Noodhulp en wederopbouw. Noodhulp wordt waar mogelijk gekoppeld aan duurzame wederopbouw. De ChristenUnie pleit daarom voor een langdurig commitment nadat de eerste nood is gelenigd, door het voortzetten van de structurele meerjarenfinanciering van de Dutch Relief Alliance (DRA).”

    Maatschappelijk middenveld. Minstens een derde van het ontwikkelingsbudget wordt besteed via maatschappelijke organisaties, met de nadruk op het versterken van maatschappelijk middenveld in de ontwikkelingslanden. Om Nederlandse organisaties niet te afhankelijk te maken van de overheid en om het draagvlak in de Nederlandse maatschappij te versterken, geldt het uitgangspunt dat organisaties 50% particuliere, anders dan door een overheid verkregen, middelen inzetten.”

    “Verbetering gezondheidszorg. Nederland zet in op de verbetering van de gezondheidszorg, in het bijzonder voor vrouwen, jongeren en kinderen. Bij kennisoverdracht en voorlichting, preventie van ongewenste zwangerschappen, seksueel overdraagbare aandoeningen en goede, toegankelijke moeder-kind zorg wordt rekening gehouden met de sociale, culturele en religieuze perspectieven en de context van de lokale gemeenschap.”

    “Geweld tegen vrouwen en kinderen. Wereldwijd vindt er veel (seksueel) geweld tegen vrouwen en kinderen plaats. Nederland moet zich blijven inspannen om geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld tegen te gaan – in het bijzonder vrouwenbesnijdenis, kindhuwelijken en (online) seksuele uitbuiting. Nederland ondersteunt hiertoe maatschappelijke organisaties en initiatieven zoals ‘Girls not Brides’.”

    Perspectief voor jongeren. Veel jongeren groeien op zonder perspectief op een menswaardig bestaan en toekomst. Daarom blijft de ChristenUnie zich inzetten voor onderwijs en werkgelegenheid, met name voor meisjes, in die landen waar de toekomst voor jongeren onzeker is. Naast een hernieuwde focus op basisonderwijs zetten we in op verdere uitbreiding van het Skills & Jobs programma, met speciale aandacht voor praktijkonderwijs.”

    “Tegen kinderarbeid. Kinderrechten worden versterkt door de bestrijding van kinderarbeid/slavernij. Nederland investeert in child labour free zones en sociale vangnetten voor weeskinderen.”

  • PvdA

    Migratie niet koppelen aan ontwikkelingssamenwerking. We geven ontwikkelingssamenwerking aan landen en groepen die deze steun het hardst nodig hebben. Deze wordt nooit afhankelijk van het terugdringen van het aantal migranten.”

    “Het opkomen voor democratie, rechtsstaat en mensenrechten is de belangrijkste pijler van ons buitenlandsbeleid. We komen daar actief en principieel voor op nu zij steeds meer onder druk staan: Binnen de EU zelf waar in enkele lidstaten regeringen de rechtsstaat ernstig ondermijnen; in buurlanden van de EU; en wereldwijd lijkt er sprake van een democratische recessie. […]”

    “Het multilateraal systeem versterken, democratiseren en moderniseren. De PvdA accepteert de uitholling van internationale organisaties zoals de VN, de OVSE en de Raad van Europa niet. Daar waar ondemocratische landen het werk van deze organisaties frustreren werpt Nederland met gelijkgezinde landen daartegen een dam op. Veel ellende wordt voorkomen door monitoring en ’early warning’ - dit blijft een speerpunt van het mensenrechtenbeleid. Het maatschappelijk middenveld heeft een belangrijke rol – in woord en daad. Ngo’s, activisten en mensenrechtenverdedigers zijn vaak de enigen die intern een dam kunnen opwerpen tegen aantasting van de rechtsstaat. Wereldwijd staan deze organisaties onder druk. Nederlandse ambassades en maatschappelijke organisaties rusten we beter toe om deze organisaties te ondersteunen.”

    “Het OS-beleid geeft bijzonder aandacht aan de meest kwetsbaren en gemarginaliseerden, het bevorderen van vrouwenrechten en LHBTI-rechten en de waarborging van mensenrechten. Nederland intensiveert de diplomatieke kracht met behulp van bewegingen als She Decides.”

    “Dat landen op eigen benen willen staan is uitgangspunt. Het scheppen van meer banen is nodig om mensen, met name jongeren, in ontwikkelingslanden kansen te bieden. We willen een samenhangend beleid, en zijn daarom voorstander van de combinatie van hulp en handel in één portefeuille.”

    “Nederland houdt zich aan de afgesproken norm van 0,7 procent van het BNP. Ook in tijden van economische krimp zetten we in op wereldwijde duurzame ontwikkeling. De bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking gaan dus van tafel. We richten ons op de meest kwetsbare en gemarginaliseerde mensen. Klimaatsteun en eerstejaarsopvang van asielzoekers komen niet langer uit het budget voor ontwikkelingssamenwerking. Ook humanitaire hulp voor mondiale crises, zoals klimaatrampen en pandemieën, gaan niet ten koste van lopende ontwikkelingsprogramma’s.”

    “[…] De politieke ruimte om in vrijheid je mening te kunnen geven wordt in veel landen kleiner. Wij vinden dat een zorgelijke ontwikkeling die het recht van mensen om zich uit te spreken ondermijnt. Wij steunen maatschappelijke organisaties en mensenrechtenverdedigers die in eigen land hun stem moeten kunnen laten horen. De waakhondfunctie van het maatschappelijk middenveld willen we verder versterken.”

    “Bindende maatregelen voor internationaal maatschappelijk ondernemen, in aanvulling op vrijwillige convenanten. Nederlandse bedrijven mogen zich niet schuldig maken aan mensenrechtenschendingen, kinderarbeid en milieuschade in productieketens. Er is toezicht op de uitvoering van de Wet Zorgplicht Kinderarbeid.”

  • Partij voor de Dieren

    Grote internationale handelsketens werken verwoesting van ecosystemen in de hand, creëren kwetsbare monoculturen en pakken desastreus uit voor de positie van meisjes en vrouwen in de landen waar de productie plaatsvindt. Duurzame, kleinschalige landbouweconomieën versterken de positie van meisjes en vrouwen juist. We breken de grote handelsketens af en helpen de mensen in ontwikkelingslanden met het opbouwen van een duurzame, regionale landbouweconomie.”

    “De Partij voor de Dieren wil dat het klimaat, biodiversiteit, de volksgezondheid, mensen- en dierenrechten en regionale landbouw het uitgangspunt worden van handelsbeleid, niet de kortetermijnbelangen van multinationals en de agro-industrie. Daarmee kiezen we de kant van milieu- en mensenrechtenbeschermers overal ter wereld. We hebben goed geluisterd naar de noodkreten van activisten uit onder meer Canada, Brazilië, Indonesië en China om te stoppen met vrijhandels- en investeringsverdragen die ten koste gaan van lokale gemeenschappen, mensenrechten, de natuur en de dieren, en het wordt tijd voor een kabinet dat ook te doen.”

    “De Partij voor de Dieren wil extra aandacht voor de positie van vrouwen en meisjes. Nu leiden zij vaak een leven in dienst van de ander: de echtgenoot, familie, een (groot) gezin, of het huishouden. Zij krijgen meer grip op hun eigen leven als ze meer perspectieven en keuzevrijheid hebben. Dat wordt gerealiseerd door beter en toegankelijker onderwijs, krachtige lokale gemeenschappen en versterking van de rechten van vrouwen en meisjes. Op kleine schaal zorgt dat voor meer kansen en een beter leven voor vrouwen, op grote schaal daalt het geboortecijfer omdat vrouwen eindelijk de positie krijgen waarin ze zelf kunnen beslissen. De handel in grondstoffen als palmolie, soja en delfstoffen ontwrichten lokale gemeenschappen, wat met name ten koste gaat van vrouwen en meisjes. We stoppen dit neoliberale handelsbeleid en helpen mensen in kwetsbare gebieden een duurzame economie op te bouwen die hen wél ten goede komt.”

    “Er komt weer een aparte minister van Ontwikkelingssamenwerking.”

    “Minimaal één procent van ons bruto nationaal inkomen (BNI) wordt besteed aan ontwikkelingssamenwerking. Bij een dalend BNI wordt er niet bezuinigd op ontwikkelingssamenwerking. Het budget voor ontwikkelingssamenwerking zal bij een dalend BNI daarom automatisch boven de één procent van het BNI uitkomen.”

    Ontwikkelingssamenwerking wordt gericht op de belangen van mensen en niet op de belangen van het Nederlandse bedrijfsleven. De positie van de arme bevolking wordt versterkt, vooral de positie van vrouwen en meisjes.”

    “Geld voor ontwikkelingssamenwerking wordt aangewend om mensen elders perspectief te bieden, niet voor migratie- en asielbeleid.”

    “Er komt bindende Nederlandse IMVO-wetgeving."

    “Bedrijven worden verplicht om mensenrechtenschendingen (inclusief kinderarbeid), milieuvervuiling, dierenwelzijnsaantasting en biodiversiteitsverlies in hun ketens te identificeren, te voorkomen en aan te pakken.”

    “Grote bedrijven geven verplicht inzicht in de herkomst van de materialen die zij gebruiken en de omstandigheden in de productieketen. Ze publiceren jaarlijks een winst- en verliesrekening voor mensen, dieren, natuur, milieu en klimaat die inzicht geeft in de impact van het bedrijf op de welvaart en welzijn in brede zin.”

    “De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens wordt gerespecteerd, ook in het productieproces in het buitenland. Producenten in ontwikkelingslanden krijgen hulp om hieraan te voldoen.”

  • SGP

    “1011. De bescherming van het leven wordt een doel van het buitenlandbeleid. Nederland moet verzet steunen tegen (gedwongen) abortussen en abortus op meisjes om hun geslacht (gendercide). Niet organisaties die abortus (helpen) faciliteren, maar hulporganisaties die het leven beschermen kunnen rekenen op overheidsfinanciering. Nederland stelt zich ook teweer tegen de opdringerige genderideologie binnen onder meer de EU en de VN. Tussen man en vrouw bestaan normaliter, alleen al biologisch gezien, ‘gewoon’ verschillen. Die moeten we waarderen en niet willen onderdrukken.”
    * Dit programmapunt heeft mogelijk een negatief effect op kinderrechten.

    “1014. Nederland moet het voortouw nemen in de strijd tegen moderne slavernij, zoals gedwongen prostitutie, kindhuwelijken of kinderarbeid. Wereldwijd moeten nog altijd naar schatting 40 miljoen mensen onvrijwillig arbeid verrichten. De globalisering van productie en consumptie maakt dat ook Nederlandse (ver)kopers hierin een verantwoordelijkheid hebben. Nederland moet eerlijke handel stimuleren, maar ook de rechtsstaat helpen versterken in landen waar die slavernij nog steeds bestaat. Bijvoorbeeld door het delen van kennis inzake opsporing, berechting en bestraffing van criminelen.”

    “1051. Internationaal verantwoord ondernemen (IMVO) wordt verder gestimuleerd als een effectieve manier om hulp en handel te combineren. Op EU-niveau kunnen landen hun IMVO beleid met elkaar stroomlijnen.

    - Uitgangspunt is dat bedrijven geen ‘vijand’ maar partner zijn. Convenanten zijn wenselijk. Als deze echter aantoonbaar niet werken dan kan voor risicosectoren (zoals de elektronica- of mijnsector of productie van rubber en tabak) flankerende wetgeving overwogen worden. Die wetgeving moet effectief, uitvoerbaar en handhaafbaar zijn.

    - Bedrijven die ‘IMVO-vriendelijk’ ondernemen worden (fiscaal) beloond maar ernstige nalatigheid kan worden beboet. Dit stimuleert bedrijven om hun zorgplicht serieus nemen inzake bijvoorbeeld kinderarbeid of moderne slavernij in hun productieketens of in die van toeleveranciers. Het gaat ook tegen dat bedrijven commercieel (willen) profiteren van conflictsituaties.

    - Fiscale maatregelen kunnen ook breder ingezet worden voor meer private betrokkenheid van burgers en organisaties bij (publiek) ontwikkelingsbeleid.”

    “1055. In die context blijft het ‘dienen van de naaste’ ook na 2020 van groot belang. Het is aannemelijk dat ontwikkelingssamenwerking (‘ODA’) heeft bijgedragen aan het oplossen van ontwikkelingsvraagstukken, maar er is nog veel te doen. De 0,7%-norm die in OESO-verband is afgesproken blijft een waardevol ijkpunt. […]”

    “1057. Binnen het ontwikkelingsbeleid moet de ondersteuning van de allerarmsten en meest kwetsbaren (zoals weduwen, kinderen en mensen met een beperking) voorrang hebben. Een belangrijk aandachtspunt is een rechtvaardige inkomensverdeling binnen en tussen landen.”

    “1059. Juist de allerarmsten en minderjarigen zijn vaak slachtoffer van (seksuele) uitbuiting en geweld. Nederland bevordert naleving van internationale afspraken en een goed functionerend rechtssysteem in landen waar dit onvoldoende het geval is. Daar ligt een duidelijke taak voor onze ambassades.”

    “1062. Om ieder kind en iedere jongere een goede start te bieden, steunt Nederland goed basis- en vakonderwijs. Dan leren zij een vak en krijgen ze de ‘tools’ in handen om, wellicht via een eigen onderneming, te bouwen aan hun toekomst. Werkgelegenheid kan ook migratie en een ‘braindrain’ helpen voorkomen.”

    “1063. Het beleid op het gebied van seksualiteit en voortplanting (‘SRGR’) dient zich te richten op het verbeteren van de basale gezondheidszorg en een verantwoorde omgang met relaties en gezinsvorming. Het moet niet gaan om het bevorderen van een ‘vrije’ seksuele moraal en seculiere, westerse ideologie, maar om inbedding van seksualiteit in relationele verantwoordelijkheid en trouw tussen man en vrouw. Dat is echt gezond beleid en beschermt vrouwen, kinderen en gezinnen. De SGP wenst dat dit ook wordt bepleit binnen de EU en de VN.”

    “1064. ‘Genderbeleid’ mag niet gaan om verspreiding van een ideologie die verschillen tussen man en vrouw ontkent of kleine minderheden als uitgangspunt neemt. Het gaat om zaken als het tegengaan van geweld tegen vrouwen en meisjes (inclusief ‘gendercide’) en het toerusten van vrouwen in economisch opzicht.”

    “1068. Nederland moet nood- en humanitaire hulp en verzoeningsprojecten ruimhartig steunen. In noodgevallen komt dit budget bovenop het reguliere budget voor ontwikkelingssamenwerking. In landen als Syrië en Jemen mag de onschuldige bevolking niet de dupe worden van de cynische machtsstrijd tussen agressors.”

    “1070. Het ontwikkelingsbudget wordt niet langer uitgehold door het in te zetten voor opvang van asielzoekers in Nederland.”

    “1106. Programma’s voor ‘seksuele en reproductieve gezondheid’ zijn gericht op het beschermen van vrouwen en meisjes tegen (seksueel) geweld; niet op bevordering van recht op abortus en andere seculiere ‘verworvenheden’.”

    “1109. Het tegengaan van mensenhandel, moderne slavernij en (seksuele) uitbuiting – zeker van kinderen – verdient topprioriteit. EU-lidstaten werken intensief samen om te voorkomen dat vrouwen (onder druk of dwang) in de prostitutie terecht komen. Er komt een Europees uitstapprogramma voor prostitutie naar het model dat in Zweden wordt gehanteerd.”

  • D66

    “Behalve het vastleggen van kwaliteits- en veiligheidseisen zijn het verbeteren van mensenrechten, arbeidsomstandigheden, de positie van vrouwen en het milieu leidend in de manier waarop wij met andere landen handel drijven. We geloven in heldere handelsregels, afgesproken binnen internationale organisaties zoals de WHO en de OESO, om dit te bereiken.”

    “We zetten in op één duidelijke kader voor (internationaal) maatschappelijk verantwoord ondernemen, zoveel mogelijk op Europees niveau. Daarmee scheppen we helderheid in de waaier aan nationale, Europese en internationale richtlijnen, gedragscodes, convenanten en standaarden. In eerste instantie spreken we bedrijven aan op hun eigen verantwoordelijkheid. Waar bedrijven in gebreke blijven, volgt wetgeving (zie ook: “Ruim baan voor een waardenvol bedrijfsleven”[)].”

    "Bedrijven hebben als kernonderdeel van dit kader voortaan een zorgplicht. Ze blijven alert op hun milieuschade en mensenrechtenschendingen. We zetten in op Europese regelgeving die due diligence verplicht stelt op basis van bestaande VN en OESO richtlijnen."

    "We nemen internationale standaarden als uitgangspunt. We vragen alle in Nederland actieve bedrijven met internationale aanvoerketens uiterlijk in 2025 de OESO-richtlijnen voor internationale ondernemingen, waarin de richtlijnen voor goed maatschappelijk ondernemen zijn vastgelegd, te implementeren."

    “Voldoende budget is noodzakelijk voor het halen van de ontwikkelingsdoelen. D66 stelt daarom het budget voor ontwikkelingssamenwerking gelijk aan de internationale norm van 0.7% van het BNI.”

    "Ontwikkelingshulp mag niet afhankelijk zijn van samenwerking op het gebied van uitgeprocedeerde asielzoekers. Ontwikkelingsgeld wordt dan ook besteed aan ontwikkelingsdoeleinden, niet aan het tegenhouden van asielzoekers."

    “Het verbeteren van de positie van vrouwen. Dit heeft een groot effect op het doen slagen van andere doelen, zoals onderwijs aan kinderen en de bestrijding van armoede en honger.”

    “Inzet op seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, vanwege het recht op zelfbeschikking en voor de positie van vrouwen en meisjes.”

    “Het tegengaan van discriminatie vanwege seksuele oriëntatie en genderidentiteit.”

  • GroenLinks

    “Eerlijke en duurzame handel vraagt om nieuwe regels. Handelsakkoorden moeten gaan voldoen aan internationale standaarden waar Nederland en Europa voor hebben getekend, zoals de duurzame ontwikkeldoelen van de Verenigde Naties en de OECD-richtlijnen voor eerlijke handel. Dat betekent: transparantie over de hele productieketen, leefbare lonen, veilige arbeidsomstandigheden, aandacht voor dierenwelzijn en het respecteren van mensenrechten. Een klachtenmechanisme en de verplichting om zorgvuldig onderzoek te doen naar risico’s op milieuschade en mensenrechtenschendingen worden verplicht.”

    “Buitenlandse investeerders krijgen bij handelsakkoorden geen speciale behandeling en moeten zich gewoon houden aan de wet in de landen waar ze actief zijn. Nederland wordt koploper in internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO). Daarbij hoort uiteraard dat de overheid altijd inkoopt volgens de MVO-criteria. De Nederlandse overheidsfinanciering van export is fossielvrij in 2025.

    “We besteden 0,7 procent van ons bruto nationaal product aan ontwikkelingssamenwerking. Armoedebestrijding, het tegengaan van corruptie, het aanpassen aan klimaatverandering en het versterken van de overheid, onderwijs en zorg staan hierin centraal. We kiezen vaker voor het direct verstrekken van een klein inkomen aan mensen als een effectieve aanpak om structureel uit de armoede te komen. […]”

    Mensenrechten zijn de hoeksteen van het Nederlandse buitenlandbeleid. We komen op voor mensenrechten- en milieuactivisten, LHBTIQ+-bewegingen, (religieuze) minderheden en inheemse volken. We stimuleren de participatie van vrouwen en kinderen bij het voorkomen en oplossen van gewapende conflicten, bij vredesonderhandelingen en bij wederopbouw. We ondersteunen wereldwijd bewegingen die strijden voor democratie, rechtsstaat en persvrijheid.”

  • SP

    “Wij zetten ons in voor eerlijke handel en blijven ons dus verzetten tegen handelsverdragen met exclusieve privileges voor buitenlandse investeerders, zoals TTIP en CETA. Winstbejag van de rijken ten koste van de voedselveiligheid, de mensenrechten en een schoon milieu accepteren we niet.”

    “De Europese Unie kan geen handelsverdragen meer sluiten zonder toestemming van de parlementen van de lidstaten. We zetten ons in voor eerlijke handel, zonder privileges voor multinationals en met harde normen voor de bescherming van mens en milieu. Zodat niet alleen de bedrijven maar vooral de mensen hiervan profiteren. Grote handelsverdragen leggen we in een referendum voor aan de Nederlandse bevolking.”

    “De bescherming van de mensenrechten moet het uitgangspunt zijn in ons buitenlandbeleid en tevens een kernpunt vormen van de handelsverdragen die we sluiten. Daarbij zetten we ons in voor activisten en organisaties die door hun strijd voor de mensenrechten in de problemen komen en volkeren en groepen die elders in de wereld worden uitgebuit en onderdrukt. De EU moet toetreden tot het Europees Mensenrechtenverdrag en het Europees Sociaal Handvest van de Raad van Europa.”

    “We bieden altijd noodhulp, waar en wanneer dat nodig is. 0,7 procent van het geld dat we met z’n allen verdienen gaat naar ontwikkelingshulp. Dit geld moet ook terechtkomen in de ontwikkelingslanden. Om daar de zorg te verbeteren, de infrastructuur te versterken en de lokale bedrijvigheid te vergroten. Daarmee worden ook armoede en migratie teruggedrongen. We steunen landen in het behoud van de natuur en het ontwikkelen van eigen klimaatbeleid. Geld voor ontwikkelingshulp geven we niet aan corrupte regimes, maar aan betrouwbare organisaties in de landen.”
    * De partij ziet ontwikkelingssamenwerking ook als middel om migratie terug te dringen. Dit is niet in lijn met onze zienswijze.

    “Bedrijven in ons land, en ook de hoofdkantoren van buitenlandse bedrijven, beboeten we als sprake is van misstanden die zijzelf of toeleveranciers elders in de wereld veroorzaken. Internationaal maken wij ons hard voor wetten en regels om uitbuiting, vervuiling en corruptie door multinationals aan te pakken. We stoppen met de belastingconstructies die via ons land lopen en waardoor armere landen miljarden mislopen. En strijden samen met andere landen tegen dergelijke internationale belastingontwijking.”

  • CDA

    “Wij zien het als een morele plicht om landen in nood te helpen. […] Daarom streven we ernaar om stapsgewijs de investeringen in ontwikkelingssamenwerking naar het internationaal afgesproken niveau van 0,7% van het BNI te brengen, waarbij er altijd ruimte is om te schuiven tussen de verschillende prioriteiten. In de hulp aan ontwikkelingslanden zijn gezondheid, het tegengaan van de inperking van de politiek-maatschappelijke ruimte voor het maatschappelijk middenveld wereldwijd, onderwijs, water, voedselzekerheid en landbouw, gelijke rechten en goed bestuur belangrijke aandachtspunten.”

    “Individuele vrijheidsrechten worden ernstig geschonden, door autocratische regimes in toenemende mate in twijfel getrokken en internationaal ondermijnd. In ons buitenlandbeleid verzetten we ons tegen deze ontwikkeling en maken we ons hard voor de rechten van de mens wereldwijd.”

  • 50PLUS

    “Nederland handhaaft de uitgaven aan ontwikkelingssamenwerking op het huidige niveau.”

    “Nederland geeft geen geld aan misdadige, corrupte regimes die mensenrechten schenden of terrorisme steunen en ook niet aan landen, organisaties of bedrijven die betrokken zijn bij geweldsconflicten.”

    “Internationale samenwerking en afstemming bij noodhulp is vereist. De effectiviteit van het ontwikkelingsbeleid moet omhoog om de uitgaven te kunnen blijven rechtvaardigen.”

  • Denk

    “Nederland blijft voldoen aan de norm van 0,7% van ons Bruto Nationaal Product besteden voor ontwikkelingssamenwerking”

    “Het budget voor ontwikkelingssamenwerking nooit en te nimmer wordt gebruikt om migratiestromen in te dammen. Daar is een andere aanpak voor nodig (zie hoofdstuk Migratie en Asiel)”

    “Dat handel en ontwikkelingssamenwerking beleidsmatig worden losgekoppeld”

  • VVD

    “Schrappen van normen voor maatschappelijk verantwoord ondernemen bij exportkredietverzekeringen als deze strenger zijn dan wat andere Oeso-landen doen. Ook zetten we ons ervoor in dat andere landen, zoals China, zich binden aan internationale normen voor exportkredietverzekeringen. Zo krijgen Nederlandse ondernemers een eerlijke kans tegenover buitenlandse bedrijven.”

    “Veel doelen van het ontwikkelingsbeleid kunnen we veel effectiever bereiken via vrijhandel. Door investeringen, ondernemerschap en export kunnen burgers in armere landen zelf geld verdienen en via belasting onderwijs of zorg bekostigen. Europese handelsverdragen verhogen ook nog eens standaarden rond arbeidsomstandigheden, mensenrechten en productveiligheid. Dat is beter voor de rest van de wereld en het voorkomt dat China zijn lagere eisen tot wereldwijde norm maakt. Hulpgeld kan nuttig zijn als we het strategisch inzetten voor het behartigen van Nederlandse belangen, zoals het indammen van migratiestromen. […]”

    “Oprichting van een nationale ontwikkelings- en noodhulporganisatie, NLAID, die hulpgelden effectiever inzet voor strategische doelen als markttoegang of terugname van illegale onderdanen. Ngo’s die eventueel werk uitvoeren voor NLAID plakken een Nederlandse vlag op hun project. Ook versterken we de positie van de Nederlandse ontwikkelingsbank FMO om de concurrentie met ontwikkelingsbanken uit andere landen beter aan te gaan.”

    “Sluiting van ambassades die zich hoofdzakelijk met ontwikkelingssamenwerking bezighouden. Diplomatieke posten zijn er voor de Nederlandse belangen in het buitenland en dienen niet als pinautomaat voor het gastland.”

    “Toekenning van noodhulp op basis van waar onze belangen liggen om vluchtelingenstromen te voorkomen en niet meer primair op basis van waar de noden het hoogst zijn of de VN het geld willen besteden. Dus meer hulpgeld voor de opvang van Syrische vluchtelingen en minder voor Jemen of de Rohingya.”

    “Extra geld voor noodhulp, ten koste van goedbedoelde maar vaak weinig effectieve langjarige projecten.”

  • PVV

    “Stoppen ontwikkelingshulp

    “Ook de miljarden die elk jaar worden verkwanseld aan ontwikkelingshulp, aan immigratie en asielzoekers, aan windturbines, klimaatbeleid en aan subsidies gaan we anders besteden. De PVV stopt de verspilling van al dat belastinggeld. Het is tenslotte uw geld.”

  • Forum voor Democratie

    “Het Nederlands belang voorop: ‘trade, not aid’.”

    “Stoppen met ontwikkelingshulp en alleen (eventueel) noodhulp verlenen aan getroffen regio’s.”

    “Stoppen met subsidies aan non-gouvernementele ontwikkelingshulporganisaties.”

    “[…] De Nederlandse regering heeft het eigen land tot beleidsterrein. De plannen voor de uitgaven van ontwikkelingshulp staan bovendien al voor de komende tien jaar vast. Dat moet per direct zero-base worden, zodat er flexibel en alleen wanneer écht nodig hulp geboden kan worden. Daarom zijn wij ertegen dat Nederland 0,7% van het BNP aan ontwikkelingssamenwerking wil besteden - ook al verklaarde de Verenigde Naties dit onlangs tot norm.”

  • Veel kindspecifieke voorstellen/ standpunten, met een versterkend effect op de positie van (kwetsbare) kinderen.
    De partij versterkt de implementatie van kinderrechten

  • Een aantal kindspecifieke voorstellen/ standpunten met een versterkend effect op de positie van (kwetsbare) kinderen.
    De partij draagt in zekere mate bij aan de versterking van kinderrechten

  • Algemene voorstellen/ standpunten waarvan wél een positief effect op (kwetsbare) kinderen te verwachten is.

    Hoewel de partij oog heeft voor het betreffende thema, ontbreekt het kinder-rechtelijk
    perspectief

  • Algemene voorstellen/ standpunten, waarvan het positieve effect op (kwetsbare) kinderen onduidelijk is.

    De partij draagt niet of nauwelijks bij aan de versterking van kinderrechten

  • Voorstellen met een negatief effect op de positie van (kwetsbare) kinderen.

    De partij verzwakt de implementatie van kinderrechten

  • Geen enkel standpunt of beleidsvoorstel op dit thema.

Back To Top