Skip to: ChristenUnie

Stem voor kinderen website

ChristenUnie

  • Armoede

    Zwangerschapscursus gratis voor lage inkomens. Iedere ouder krijgt de gelegenheid een ouderschaps- of zwangerschapscursus te volgen. Voor ouders met een laag inkomen worden de kosten van cursussen vergoed.”

    “Elk kind verdient een goede start. De eerste 1001 dagen zijn van cruciaal belang voor de toekomst van een kind. Daarom wordt in iedere gemeente het actieprogramma Kansrijke Start aangeboden.”

    “Het stijgend aantal zwerfjongeren vraagt speciale aandacht. We pleiten voor het stuk voor stuk aanpakken van de oorzaken: te weinig betaalbare woningen, problematische schulden, verminderde zelfredzaamheid, slechte aansluiting tussen jeugdzorg en de verwachte zelfredzaamheid op 18-jarige leeftijd. Geen jongere mag uit beeld raken.”

    Housing first. Housing First fungeert als leidend principe. Het werkt het best om daklozen niet in een opvang, maar in een eigen woning te begeleiden.”

    Huisvestingsplicht. De gemeenten krijgen een huisvestingsplicht voor alle mensen die uitstromen uit beschermd wonen en de maatschappelijke opvang, vergelijkbaar met de huisvestingsplicht voor statushouders. Er worden daarover prestatieafspraken gemaakt met woningcorporaties. Op die manier voorkomen we dat mensen op straat belanden.”

    Jongerenregisseurs. Er komen jongerenregisseurs voor (zwerf-) jongeren die tussen wal en schip raken bij het vinden van een huis, opleiding, inkomen en zorg; zij bieden ook een half jaar nazorg.” “Bijstand op maat voor dakloze jongere. Voor jongeren van 18 tot 21 jaar die dakloos zijn of in omstandigheden raken waarbij ouders/ verzorgers hun onderhoudsplicht niet kunnen nakomen, worden oplossingen mogelijk gemaakt. Bijvoorbeeld via de bijzondere bijstand of individueel maatwerk via de Participatiewet.”

    “Afschaffen zoekperiode bijstand. We schaffen de zoekperiode van vier weken af voor mensen die een bijstandsuitkering aanvragen. Vier weken duren voor jongeren erg lang. De kans op problemen die tot dakloosheid kunnen leiden is dan al groot.”

    Kinderopvang, betaalbaar zonder toeslag. […] We schaffen de kinderopvangtoeslag af. In plaats daarvan komt er een hoge vaste korting op de prijs van kinderopvang en buitenschoolse opvang voor alle gebruikers. Deze korting wordt rechtstreeks verrekend met de kinderopvanginstelling of gastouder. De korting is zodanig dat ouders met een laag inkomen niet meer betalen voor kinderopvang dan nu. […].”

    “Armoede en schulden hebben grote impact op de ontwikkeling van kinderen, op werk en gezondheid. In 2017 groeide meer dan 8% van de kinderen op in armoede, tegenover ongeveer 3% van de 65-plussers. Dat was midden in de hoogconjunctuur. Nu de coronacrisis heeft toegeslagen, zal dit percentage absoluut hoger zijn. Kortom, alle hens aan dek.”

    “Meer dan 600.000 mensen in Nederland leven in langdurige armoede. Een derde van deze mensen zijn werkende mensen, maar ze verdienen onvoldoende om uit de armoede te komen. Zij vormen de categorie ‘werkende armen’. Onder hen is veel verborgen armoede. […] Het aantal kinderen dat in langdurige armoede opgroeit, moet stevig omlaag.”

    “Goed functionerend armoedebeleid. Er zijn landelijke fondsen tegen armoede en er zijn gemeentelijke voorzieningen. Deze moeten goed op elkaar aansluiten en breed bekend zijn, bijvoorbeeld door initiatieven als de Voorzieningenwijzer Tegemoetkoming in natura. Zo weten mensen hoe ze hulp kunnen krijgen als een kind een fiets of laptop nodig heeft voor school.”

    “Geen huisuitzetting bij kinderen onder de twaalf. Huisuitzettingen bij gezinnen met kinderen onder de twaalf jaar worden verboden. Dit geldt ook voor afsluiting van water, gas, elektra en wifi.”

    “Bestrijding armoede. Sociale voorzieningen op de BES-eilanden worden op peil gebracht. De focus ligt op verbetering van de situatie voor kinderen en voor ouderen.”

  • Jeugdzorg

    “Gratis hulp bij relatieproblemen. Mensen krijgen hulp, advies of begeleiding om relaties te herstellen waarbij kinderen betrokken zijn. Dit wordt laagdrempelig aangeboden vanuit de Jeugdgezondheidszorg of vanuit het basispakket zorgverzekering als relatietherapie noodzakelijk is.”

    “Bredere jeugdzorg. De transformatie in de jeugdzorg moet worden aangegrepen om met een bredere blik te kijken welke hulp jongeren en gezinnen nodig hebben. Dat kan bijvoorbeeld betekenen dat waar jeugdhulp is aangevraagd eerst schuldhulpverlening nodig is of dat bij leerproblemen eerst praktische hulp in het gezin moet komen.”

    Meer geld voor jeugdzorg. De gemeentelijke uitgaven aan jeugdzorg stijgen en zijn slechts tijdelijk gecompenseerd. De ChristenUnie wil structureel meer middelen voor de jeugdzorg, zodat gemeenten goede zorg kunnen blijven bieden en intussen kunnen transformeren.”

    Specialistische jeugdhulp slimmer inkopen. Voor regionaal, bovenregionaal en landelijk werkende aanbieders geldt dat zij met verschillende gemeenten en verschillende inkoopkaders te maken hebben. Omgekeerd geldt dat het gemeenten veel tijd, geld en inzet kost om zorg goed in te kopen bij meerdere aanbieders. Om zowel gemeenten als aanbieders efficiënter te laten samenwerken, komt er een landelijk inkoopkader voor bovenregionale specialistische jeugdhulp, dat nog steeds mogelijkheden openlaat voor lokaal maatwerk. Dat is goed voor gemeenten, de jeugdhulp en vooral voor de jeugd die hulp nodig heeft.”

    “Resultaatgericht contracteren. Bij het contracteren moeten de kwaliteit van de jeugdzorg en het te bereiken resultaat dat professionals leveren leidend zijn, en niet het aantal uren dat wordt vastgesteld.”

    “Grens jeugdhulp naar 23 jaar. De overgang van 18- naar 18+ levert veel problemen op. We trekken de leeftijdsgrens voor jeugdhulp op naar 23 jaar, in lijn met het RVS-advies. Gemeenten krijgen hiervoor de financiële middelen.”

    Familienetwerkberaad vaker inzetten. Om het netwerk van jongeren te activeren in de zoektocht naar een oplossing willen we vaker vormen van familienetwerkberaad inzetten.”

    “Eén gezin, één plan. Voor multiprobleemgezinnen geldt de aanpak één gezin, één plan, één regisseur. De privacy van gezinnen moet gewaarborgd zijn, maar mag samenwerking tussen zorg-/ hulpverleners niet belemmeren.”

    Praktijkondersteuners jeugd en gezin. In de (huisartsen)praktijk kan de inzet van praktijkondersteuners bij jeugd- en gezinsproblematiek onnodige doorverwijzing naar duurdere zorg helpen voorkomen. Ouders en jeugd worden dichtbij, snel en in een vertrouwde omgeving geholpen.”

    “Woongroepen. Er komen alternatieven voor jeugdigen die niet in een pleeggezin of gezinshuis passen, en op dit moment in de gesloten jeugdhulp worden geplaatst waar ze geen passende hulp krijgen. Te denken valt aan kleinschalige gezinsvormen of woongroepen.”

    Burgervoogden. De zaakbelasting van jeugdbeschermers wordt verlicht door inzet van burgervoogden.”

    “Gemeenten verdienen beter. De in 2015 gedecentraliseerde taken op het gebied van jeugd, maatschappelijke ondersteuning en zorg hebben een gat geslagen in de gemeentelijke begrotingen. Het Rijk is de afgelopen jaren vooral met incidentele steun bijgesprongen. Deze bijdrage wordt structureel. De bijdragen vanuit het Gemeentefonds voor gemeenten moeten stabiel en voorspelbaar groeien, dus geen bezuinigingen. De opschalingskorting wordt geschrapt.”

    “Recht om te weten waar je vandaan komt. De ervaringen van donorkinderen en adoptiekinderen onderstrepen het belang van de beschikbaarheid van betrouwbare informatie over de biologische ouders en genetische verwantschap. Er komt een Register Ontstaansgeschiedenis, waarin ook het register van donorkinderen wordt ondergebracht. Daarnaast moeten in ieder geval de waarborgen die we in Nederland kennen (bijvoorbeeld een maximaal aantal donaties per donor) ook van toepassing zijn als via Nederlandse fertiliteitsklinieken gebruik wordt gemaakt van een buitenlandse donor.”

    “Geen wettelijke regeling van meerouderschap of meeroudergezag. Een regeling van meerouderschap of meeroudergezag staat haaks op het uitgangspunt van biologisch ouderschap, is in de uitvoering te complex en leidt tot een groter conflictpotentieel rond het kind.”

    “Regeling deelgezag voor samengestelde gezinnen. Deelgezag biedt een oplossing voor bijvoorbeeld pleegouders of stiefouders, die een deel van de zorg en opvoeding van een kind op zich nemen, maar formeel geen beslissingen kunnen nemen. De mogelijkheid om deelgezag te krijgen, komt tegemoet aan het belang van zowel het kind als de verzorgende stief- of pleegouder, en geeft duidelijkheid over verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Het deelgezag beperkt zich tot beslissingen rond de dagelijkse verzorging, bijvoorbeeld de tijd dat een kind moet gaan slapen, wat het zal eten, of het bij een vriendje mag spelen, of het afleggen van een standaard doktersbezoek.”

    “Geen regeling rond draagmoederschap. De ChristenUnie heeft grote bezwaren tegen het reguleren van draagmoederschap waarbij het kind genetisch slechts gedeeltelijk of in het geheel niet met de ouders verwant is. Nederland heeft de afgelopen 30 jaar een consistent ontmoedigingsbeleid gevoerd ter zake van draagmoederschap. De ChristenUnie ziet geen reden om daar verandering in te brengen.”

    Kinderkoop strafbaar. Evidente vormen van kinderkoop worden strafbaar gesteld, ook als een Nederlander zich hieraan in het buitenland schuldig maakt.”

    “Aanpak huiselijk geweld. Jaarlijks zijn zo’n 200.000 volwassenen en kinderen slachtoffer van ernstig huiselijk geweld; de meest omvangrijke vorm van geweld in Nederland. Vrouwen zijn ruim vijf keer vaker dan mannen slachtoffer van structureel geweld door een partner of ex-partner. Om dat te keren, willen wij laagdrempelige plekken om geweld te melden, bescherming voor slachtoffers, gezinsgerichte ondersteuning en voldoende passende, bereikbare opvangplaatsen voor slachtoffers van huiselijk geweld. Ook willen we dat politie en wijkteams investeren in kennis en samenwerking.”

    Kindermishandeling bespreekbaar maken. Melden van kindermishandeling helpt, maar neemt het achterliggende probleem vaak niet weg. Daarom houden we het meldpunt Veilig Thuis in stand en wordt het programma Geweld hoort Nergens Thuis voortgezet. Doel is om de bespreekbaarheid te vergroten en mensen te ondersteunen bij vermoedens van kindermishandeling.”

    “Ondersteuning alleenstaande moeders. Veel kinderen groeien op in armoede en worden geconfronteerd met huiselijk geweld. De zorg is gebrekkig en voor gehandicapte kinderen bestaan geen voorzieningen. De ondersteuning van alleenstaande moeders en de uitkeringen worden op het juiste niveau gebracht.”

  • Onderwijs

    "Antisemitisme, rechts-extremisme en radicalisering via school bestrijden. Op elke school wordt onderwijs gegeven over de Holocaust, antisemitisme, rechts-extremisme en radicalisering. Waar nodig met goede ondersteuning/ lesmateriaal voor docenten.”

    Inclusieve kinderopvang. Kinderen leren van elkaar en ontwikkelen zich gezamenlijk. Kinderopvangorganisaties die rechtstreeks overheidsgeld ontvangen (volgens ons nieuwe belastingvoorstel), laten zo mogelijk ook kinderen met een beperking toe.”

    “Keuzevrijheid in heel Nederland. Ouders moeten in heel Nederland kunnen kiezen voor een school die past bij hun opvoeding en overtuiging, of dat nu bijzonder of openbaar onderwijs is. De vrijheid van artikel 23 om een school met een eigen identiteit op te richten, mag niet worden aangetast. Dat betekent dat de overheid de rechten die samenhangen met het richtingenbegrip beschermt, zoals vergoeding van de kosten van leerlingenvervoer en de bescherming voor de laatste school van een richting. Het (bijzonder) onderwijs heeft vrijheid van richting en inrichting: het mag eigen religieuze of levensbeschouwelijke opvattingen en pedagogische opvattingen tot uitdrukking brengen. De overheid waakt ervoor dat niet één bepaalde visie op ‘het goede’ en ‘het goede leven’ aan het onderwijs wordt opgelegd. Thuisonderwijs blijft een recht dat ouders hebben, mits zij voldoen aan de wettelijke waarborgen rond kwaliteit, veiligheid en burgerschap. Het toezicht op thuisonderwijs is proportioneel.”

    “Godsdienstig en humanistisch vormend onderwijs. Leerlingen in het openbaar (speciaal) onderwijs kunnen ook in de toekomst binnen de schooltijden levensbeschouwelijk vormingsonderwijs of godsdienstonderwijs ontvangen. De financiering wordt in lijn gebracht met de bekostiging van het reguliere onderwijs.”

    “Aan de slag met de nieuwe burgerschapsopdracht. De nieuwe burgerschapsopdracht voor het onderwijs waarborgt dat scholen leerlingen de grondbeginselen van de democratische rechtsstaat bijbrengen. Bij het toezicht op deze opdracht wordt de vrijheid van scholen om vanuit hun eigen identiteit invulling te geven aan deze opdracht gerespecteerd. Het toezicht door de inspectie op de ontwikkeling van burgerschapsvaardigheden en de zorgplicht voor de schoolcultuur heeft een terughoudend karakter.”

    “Bestrijding van onderwijsachterstanden. Vroeg opgelopen taal- en ontwikkelachterstanden blijken in de rest van de schoolcarrière niet of nauwelijks meer in te lopen. Voor de bevordering van gelijke kansen is de voor- en vroegschoolse educatie (VVE) van groot belang. Nog niet alle kinderen voor wie deze educatie van belang is, weten er de weg naar toe te vinden. Hier valt nog winst te behalen. De impact van het coronavirus op onderwijsachterstanden vraagt blijvende aandacht; waar nodig geven we een extra impuls om opgelopen achterstanden weg te werken.”

    "Soepele overgangen. Via de doorstroomtoets krijgen leerlingen in het basisonderwijs meervoudige schooladviezen. Samen met de beschikbaarheid van brede brugklassen in het voortgezet onderwijs levert dat een positieve bijdrage aan gelijke kansen voor kinderen. De keuze voor een type brugklas is aan de scholen. Een goede begeleiding bij de overgang naar een volgende school en voldoende mogelijkheden om door te stromen en te stapelen, leveren een positieve bijdrage aan de ontwikkelingsmogelijkheden en -kansen van kinderen. Er komt meer ruimte voor samenwerking en initiatieven van scholen op dit vlak. Leerlingen kunnen zonder voorwaarden doorstromen naar een hoger onderwijsniveau.”

    Gratis schoolboeken. De schoolboeken blijven gratis op het voortgezet onderwijs. Daarbij worden ook digitale leermiddelen betrokken.”

    “Aanpakken schaduwonderwijs. Het is niet wenselijk dat kinderen met rijke ouders meer kansen hebben dan andere kinderen. Scholen moeten voldoende hulp bieden aan ieder kind dat specifieke ondersteuning nodig heeft. Initiatieven als de huiswerkvrije school kunnen daarbij helpen en worden gestimuleerd.”

    Ouderbijdrage echt vrijwillig. De ouderbijdrage die scholen vragen mag kinderen niet in de weg zitten bij de keuze van een school of de deelname aan een activiteit. Zo’n bijdrage is altijd vrijwillig, de inspectie gaat daarop gericht handhaven.”

    “Aantrekkelijk beroep. Om het lerarentekort tegen te gaan, worden de loopbaanperspectieven voor leraren vergroot. De bevoegdhedenstructuur in het funderend onderwijs wordt herzien, zodat het makkelijker wordt om ook tussen onderwijssectoren over te stappen. […]”

    “Impuls onderwijskwaliteit. De bekostiging van scholen is voldoende om aan de basiskwaliteit te voldoen, maar de verwachtingen van de samenleving zijn hoger. We stellen geld beschikbaar voor een kwaliteitsimpuls. Net als bij de werkdrukmiddelen hebben de schoolteams een belangrijke stem in het besteden van het geld. Zo kunnen scholen zelf kiezen of ze het geld besteden aan bijvoorbeeld kleinere klassen, extra handen in de klas of meer tijd en ruimte voor lesvoorbereiding en onderwijsontwikkeling.”

    Leesonderwijs verbeteren. Het leesonderwijs moet op de schop. Plezier in het lezen moet weer centraal komen te staan. […] Er komt een ambitieuze leesagenda met extra middelen voor leesbevordering op scholen en in bibliotheken.”

    “Leren van elkaar. Uit onderzoek blijkt dat scholen met eenzelfde budget en leerlingenpopulatie, leerlingen met een lager schoolniveau afleveren als ze slecht worden geleid. Scholen die ondermaats scoren, volgen een verbeterprogramma. We investeren in tijd en ruimte voor schoolteams om school-overstijgend van elkaar te leren.”

    Digitalisering in het onderwijs. Digitalisering biedt kansen voor verbetering van het onderwijs. Tegelijkertijd vraagt dit dat het onderwijs wordt ingericht op het goede gebruik van ict. Leraren en leerlingen moeten digitaal geletterd zijn, de infrastructuur moet op orde zijn en de juiste leermiddelen beschikbaar zijn. Vanuit de investeringsagenda wordt geld beschikbaar gesteld voor de digitaliseringsagenda in het primair en voortgezet onderwijs.”

    Speciaal onderwijs op waarde geschat. Het speciaal onderwijs is een waardevol en toegankelijk onderdeel van ons onderwijsstelstel voor kinderen die daar het best op hun plek zijn. Leraren in het voortgezet speciaal onderwijs worden beloond conform de beloning in het reguliere voortgezet onderwijs.”

    “Scholen in krimpregio’s. Wij investeren in de kwaliteit van onderwijs in krimpregio’s. Van scholen wordt verwacht dat zij samen zoeken naar toekomstbestendige oplossingen, maar de vrijheid voor eigen keuzes blijft overeind.”

    “Ieder kind heeft recht om te leren. Ieder kind dat iets kan leren, heeft recht op onderwijs. Dat recht leggen we wettelijk vast. Soms zijn scholen zelf niet in staat om een kind een passende leerplek te bieden, zij moeten dan binnen het samenwerkingsverband een alternatief aanbieden. Een onafhankelijke commissie beoordeelt of een leerling een aanbod heeft gekregen dat bij hem past. Mocht een passend aanbod uitblijven, dan moet er door partijen iemand zijn aangesteld met doorzettingsmacht, die tijdig een knoop doorhakt.”

    “Verhoog de landelijke norm voor basisondersteuning. Zoals recentelijk aangekondigd, komt er een landelijke norm voor basisondersteuning, zodat iedere school weet wat het basisaanbod aan kinderen moet zijn. Scholen krijgen zelf directe financiering voor lichte ondersteuning. Onafhankelijke experts adviseren over de norm. De samenwerkingsverbanden blijven verantwoordelijk voor de zwaardere ondersteuning.”

    “Meer zeggenschap voor leraren. Leraren, ondersteuners en schoolleiders krijgen meer zeggenschap over de besteding van middelen voor passend onderwijs. Samenwerkingsverbanden maken transparant hoeveel geld per school beschikbaar is.”

    Hoor-recht voor leerlingen. De stem van leerlingen telt. Het hoorrecht van leerlingen wordt wettelijk geregeld, zodat kinderen altijd mee kunnen praten over de besluiten die leraren en ouders over hun ondersteuning en leerplek nemen.”

    “Betere hulp voor ernstig meervoudig beperkte leerlingen. Speciale onderwijszorgarrangementen gaan ervoor zorgen dat kinderen met een ernstige meervoudige beperking op een goede plek onderwijs en zorg krijgen, zonder bureaucratie en geschuif met budgetten. Het is zinloos om ieder jaar te controleren of een kind nog een ernstige beperking heeft; toelaatbaarheidsverklaringen in categorie 3 worden voor de hele schooltijd afgegeven.”

    “Versterking van jeugdhulp in en bij de school. De samenwerking tussen onderwijs, jeugdhulp en zorg wordt versterkt.”

    “Voorkomen van thuiszitten. Hoewel er de laatste jaren stappen zijn gezet om thuiszitters sneller weer naar school te krijgen, is er meer nodig om dit hardnekkige probleem aan te pakken. Het wordt mogelijk om tijdelijk een combinatie van onderwijs op afstand en fysiek onderwijs te volgen, als opstapje naar de terugkeer naar volledig onderwijs.”

    “Beter toezicht op passend onderwijs. Het toezicht op passend onderwijs is recentelijk geïntensiveerd. Daarnaast komen er extra inspecteurs bij om beter toezicht te houden op passend onderwijs.”

    “Extra uitdaging. Passend onderwijs betekent ook dat er aandacht is voor leerlingen die extra uitdaging nodig hebben, zoals hoogbegaafde leerlingen. De kosten hiervan mogen niet op de ouders worden afgewenteld.”

    “Alle kinderen krijgen cultuureducatie. Scholen bepalen zelf hoe zij hier invulling aan geven.”

    Investeren in onderwijs. Investeren in onderwijs is onverminderd nodig om kinderen een toekomstperspectief te bieden en de vicieuze cirkel van armoede te doorbreken. Het onderwijs moet zo worden ingericht dat de jongeren zijn toegerust om de overstap te maken naar universiteiten in de omliggende landen, zoals de VS of Nederland.”

  • Seksuele uitbuiting

    “Digitaal kundige en actieve politie. Deze tijd vraagt een digitaal vaardige en innovatieve politie. Er wordt geïnvesteerd in digitale expertise van speciale teams tegen cybercriminaliteit, maar ook in verbreding van de kennis binnen de politie als geheel, omdat bijna alle criminaliteit een digitale component heeft.”

    “Bescherming van minderjarige slachtoffers. Minderjarigen zijn de grootste, maar meest onzichtbare groep slachtoffers van mensenhandel. Zij worden beter beschermd. Klanten die seks kopen van minderjarigen maken zich strafbaar aan een zedendelict. Er komt voldoende capaciteit voor opsporing en daadwerkelijke berechting. De wettelijke instrumenten om minderjarigen tegen seksueel misbruik te beschermen, worden verruimd. Er komt speciale aandacht voor uitbuiting en mensenhandel van jongens.”

    Specialistische (landelijke) zorg. We willen dat in elke regio voldoende adequate en tijdige zorg beschikbaar is voor alle slachtoffers van uitbuiting. De doorstroming van slachtoffers naar landelijke specialistische zorginstellingen wordt verbeterd.”

    “Veilige opvang voor slachtoffers van loverboys, pooiers en mensenhandelaren. Vooral jonge meisjes die weglopen uit zorginstellingen vallen nu nog te vaak in de handen van daders. Maar ook op of rondom sommige scholen met kwetsbare kinderen wordt geronseld. Kinderen moeten veilig zijn, thuis, in een instelling en ook op school. Dit vraagt betere samenwerking tussen zorginstellingen en opsporing, en meer bewustwording bij scholen."  

    “Online opsporen en hulpverlenen. Veel seksuele uitbuiting vindt buiten het zicht plaats en vooral online. We investeren in innovatieve middelen zoals een webcrawler en de inzet van lokprofielen, maar ook in online hulpprogramma’s om slachtoffers te bereiken.”

    “Bestrijding kinderporno. Het is onaanvaardbaar dat Nederland koploper is in het hosten van kinderporno, dat moet stoppen. De ChristenUnie wil effectieve strafwetgeving en betere samenwerking met hostingbedrijven om hier een einde aan te maken.”

    “Versterken strafrechtelijke aanpak. Op dit moment worden te weinig mensenhandelaren en uitbuiters veroordeeld. De vangst blijft vaak beperkt tot het laaghangende fruit: de ‘kleinere pooiers’. We investeren in gespecialiseerde politiemensen, officieren van justitie en rechters. De aangiftebereidheid van slachtoffers wordt vergroot door het strafproces bij zaken rond mensenhandel slachtoffervriendelijker te maken. Daarnaast zetten we in op vroegbescherming, zodat slachtoffers zich veilig voelen om aangifte te doen.”

    “Verbod ‘ruilprostitutie’. Er komt een verbod op prostitutie in ruil voor goederen of diensten. Dit is nodig om (jonge) mensen die seks bieden in ruil voor onderdak, spullen of drugs, te beschermen tegen misbruik en uitbuiting.”

    Arbeidsuitbuiting blijft niet onbestraft. De lat om arbeidsuitbuiting te bewijzen, ligt onevenredig hoog. Arbeidsuitbuiting blijft daardoor veel te vaak onbestraft. Daarom is intensivering van de opsporing en aanpassing van de strafwetgeving nodig.”

    Criminele uitbuiting van jongeren. Uitbuiting van jongeren moet meer aandacht krijgen en vraagt vooral om meer preventie. Kwetsbare jongeren worden door klusjes te doen de drugscriminaliteit ingezogen. De strijd tegen ondermijning en drugscriminaliteit is nauw verweven met de strijd tegen mensenhandel.”

    “Aandacht voor mensenhandel bij asielverzoeken. Bij de beoordeling van asielverzoeken is specifieke aandacht nodig voor mensenhandel. Medewerkers van de IND die asielaanvragen beoordelen, moeten in staat zijn signalen te herkennen van mannen, vrouwen en kinderen die vastzitten in een dwanghuwelijk, onder invloed staan van een pooier of zijn geronseld voor dwangarbeid. Een multidisciplinaire commissie gaat in lijn met de succesvolle ‘Pilot aannemelijkheid slachtofferschap’ vaststellen of iemand slachtoffer is.”

    Digitale veiligheid voor kinderen. Het is belangrijk dat kinderen bewust en veilig leren omgaan met internet en sociale media. Mediawijsheid maakt deel uit van het lesprogramma op scholen. De overheid helpt ouders om jongeren te beschermen tegen schadelijke content.”

    “Het stijgend aantal zwerfjongeren vraagt speciale aandacht. We pleiten voor het stuk voor stuk aanpakken van de oorzaken: te weinig betaalbare woningen, problematische schulden, verminderde zelfredzaamheid, slechte aansluiting tussen jeugdzorg en de verwachte zelfredzaamheid op 18-jarige leeftijd. Geen jongere mag uit beeld raken.”

    Gespecialiseerde opvang voor slachtoffers mensenhandel. Voor specifieke doelgroepen, zoals slachtoffers van mensenhandel, wordt bovenregionaal gespecialiseerde opvang gerealiseerd, zodat ook deze groepen goede hulp en opvang krijgen.”

    “Strijd tegen zware criminaliteit en ondermijning. De versterking van de rechtshandhaving wordt voortgezet, het Europees deel en het Caribisch deel van het Koninkrijk werken hierbij nauw samen. Zware criminaliteit en drugs-, mensenhandel- en gokmaffiapraktijken worden aangepakt. Daarbij wordt de continuïteit van ervaring en kennis in de landen gewaarborgd. Dus niet te snelle personele wisselingen van uitgezonden functionarissen uit Nederland." 

    “Grens jeugdhulp naar 23 jaar. De overgang van 18- naar 18+ levert veel problemen op. We trekken de leeftijdsgrens voor jeugdhulp op naar 23 jaar, in lijn met het RVS-advies. Gemeenten krijgen hiervoor de financiële middelen.”

    “Woongroepen. Er komen alternatieven voor jeugdigen die niet in een pleeggezin of gezinshuis passen, en op dit moment in de gesloten jeugdhulp worden geplaatst waar ze geen passende hulp krijgen. Te denken valt aan kleinschalige gezinsvormen of woongroepen.”

  • Jeugdstrafrecht

    Herstelrecht wettelijk verankeren. Het recht van slachtoffers en daders van delicten om een herstelrechtelijk traject aan te vragen, wordt uitgebreid en wettelijk verankerd. Geschonden relaties of de negatieve gevolgen van het delict worden zo waar mogelijk hersteld. Daarbij is wederzijdse instemming vereist.”

    “Betere reclassering voor jongeren. We investeren in gerichte en intensievere reclasseringsprogramma’s voor tieners die in verband met drugscriminaliteit worden opgepakt. De toename van (jonge) hackers vraagt om een andere vorm van reclassering: een vorm die deze jongeren helpt om hun kennis en kunde voortaan voor het goede inzetten en daarmee recidive voorkomt.”

    Positie slachtoffer. De nieuwe positie van het slachtoffer in het strafrecht knelt met de onschuldpresumptie van de verdachte. De stem van het slachtoffer blijft belangrijk, gelet op de functies van het strafrecht, maar is pas relevant als de schuld is vastgesteld en de straf moet worden bepaald. Daartoe kan een tweefasenproces worden overwogen.”

  • Participatie

    Kinderrechten versterken. Nederland onderschrijft het ‘Third Optional Protocol’, dat kinderen het recht geeft om naar het Kinderrechtencomité te stappen.”

  • Discriminatie

    Handicap en geaardheid in artikel 1. Je mag in ons land niet gediscrimineerd worden om wie je bent. Artikel 1 wordt daarom uitgebreid, zodat ook expliciet wordt benoemd dat je mensen niet mag discrimineren vanwege hun beperking of seksuele geaardheid.”

    “Coalitie tegen racisme. Racisme bannen we alleen samen uit. Er komt een coalitie tegen racisme, met vertegenwoordigers uit verschillende gemeenschappen, maatschappelijke organisaties en politieke partijen. Zo kan van onderop een plan worden gemaakt om racisme tegen te gaan op de arbeidsmarkt, rond wonen, onderwijs of het optreden van de overheid. Want het mag voor je mogelijkheden niet uitmaken wat je afkomst is.”

    "Antisemitisme, rechts-extremisme en radicalisering via school bestrijden. Op elke school wordt onderwijs gegeven over de Holocaust, antisemitisme, rechts-extremisme en radicalisering. Waar nodig met goede ondersteuning/ lesmateriaal voor docenten.”

    Nationaal coördinator antisemitismebestrijding. Ook in Nederland is het permanent nodig om de problemen rond antisemitisme zichtbaar te maken en een effectieve aanpak van antisemitisme te bevorderen.”

    Implementatie VN-Verdrag [VN-Mensenrechtenverdrag Handicap]. We werken aan de volledige implementatie van het VN-verdrag, samen met de mensen om wie het gaat. Niet over maar met hen is het uitgangspunt bij het maken van beleid.”

  • Ontwikkelingssamenwerking

    “Bedrijven binden aan normen. Het uitgangspunt is dat bedrijven die van overheidssteun gebruikmaken, de OESO-normen rond internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen onderschrijven en naleven. Bedrijven kunnen worden uitgesloten van overheidssteun en aanbestedingen, als zij geen actie ondernemen om mensenrechtenschendingen, zoals kinder- en dwangarbeid, in de productieketen te voorkomen.”

    Zorgplicht voor iedere schakel in de productieketen. De overheid ondersteunt sectoren waar mogelijk om heldere codes te ontwikkelen betreffende de (internationale) zorgplicht en rapportageplicht van bedrijven op het gebied van arbeid, mensenrechten, milieu en eerlijke handelspraktijken. Als een sector onredelijk lang geen stappen onderneemt, of als er een grote groep achterblijvers is, ligt het wettelijk vastleggen van verplichtingen voor de hand.”

    “Omgekeerde bewijslast. Betrekt een ondernemer grondstoffen of producten uit een sterk verdachte regio, dan kan de overheid eisen dat de ondernemer aantoont dat het bedrijf de toeleveringsketen op orde heeft en er geen sprake is geweest van bijvoorbeeld kinderarbeid.”

    Slechte producten uit winkels weren. We willen dat producten waarvan de productie in strijd is met internationale afspraken op het gebied van mensenrechten, kinderarbeid of milieu uit winkels worden geweerd.”

    “Import van buiten de Europese Unie. Voedsel dat van buiten de Europese Unie wordt geïmporteerd, moet voldoen aan de eisen van dierenwelzijn, emissies, biodiversiteit en mensenrechten. Dit vereist wetgevende maatregelen op het terrein van internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO).”

    “In ons buitenlandbeleid blijven we het naleven van mensenrechten, onder meer vastgelegd in de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens, benadrukken en straffeloosheid bestrijden – ook in deze internationale instellingen. Zowel de burgerlijke en politieke mensenrechten als de sociale, economische, culturele en collectieve mensenrechten zijn belangrijk. Want de bescherming van mensenrechten is voorwaarde voor een goed functionerende democratische rechtsstaat.”

    “Maatschappelijk verantwoord ondernemen. Er dient wetgeving te komen op het gebied van [i]Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (IMVO) om uitbuiting en slavernij tegen te gaan in de productieketens. Nederland implementeert de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen, waarbij gepaste zorgvuldigheid (due diligence) het uitgangspunt is. Het Nationaal Contactpunt toeziet op de naleving.”

    “Meer geld voor ontwikkelingssamenwerking. Nederland geeft 0,7% van het bruto nationaal inkomen (BNI) uit aan ontwikkelingssamenwerking, in navolging van internationale afspraken. Dit percentage omvat geen uitgaven die bedoeld zijn voor het stimuleren van Nederlandse export en de opvang van asielzoekers in Nederland. In Europees verband is de ChristenUnie alert op dat ontwikkelingsfondsen niet worden aangewend voor militaire uitgaven.”

    “Prioriteit voor de armste landen. De ChristenUnie wil dat 50% van het ontwikkelingsbudget wordt besteed aan verbetering van de leefomstandigheden in landen met de meeste armoede en achterstanden, met speciale aandacht voor de meest gemarginaliseerde groepen, zoals mensen met een beperking. De ChristenUnie wil een duurzaam commitment van tien jaar voor deze landen.”

    “Noodhulp en wederopbouw. Noodhulp wordt waar mogelijk gekoppeld aan duurzame wederopbouw. De ChristenUnie pleit daarom voor een langdurig commitment nadat de eerste nood is gelenigd, door het voortzetten van de structurele meerjarenfinanciering van de Dutch Relief Alliance (DRA).”

    Maatschappelijk middenveld. Minstens een derde van het ontwikkelingsbudget wordt besteed via maatschappelijke organisaties, met de nadruk op het versterken van maatschappelijk middenveld in de ontwikkelingslanden. Om Nederlandse organisaties niet te afhankelijk te maken van de overheid en om het draagvlak in de Nederlandse maatschappij te versterken, geldt het uitgangspunt dat organisaties 50% particuliere, anders dan door een overheid verkregen, middelen inzetten.”

    “Verbetering gezondheidszorg. Nederland zet in op de verbetering van de gezondheidszorg, in het bijzonder voor vrouwen, jongeren en kinderen. Bij kennisoverdracht en voorlichting, preventie van ongewenste zwangerschappen, seksueel overdraagbare aandoeningen en goede, toegankelijke moeder-kind zorg wordt rekening gehouden met de sociale, culturele en religieuze perspectieven en de context van de lokale gemeenschap.”

    “Geweld tegen vrouwen en kinderen. Wereldwijd vindt er veel (seksueel) geweld tegen vrouwen en kinderen plaats. Nederland moet zich blijven inspannen om geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld tegen te gaan – in het bijzonder vrouwenbesnijdenis, kindhuwelijken en (online) seksuele uitbuiting. Nederland ondersteunt hiertoe maatschappelijke organisaties en initiatieven zoals ‘Girls not Brides’.”

    Perspectief voor jongeren. Veel jongeren groeien op zonder perspectief op een menswaardig bestaan en toekomst. Daarom blijft de ChristenUnie zich inzetten voor onderwijs en werkgelegenheid, met name voor meisjes, in die landen waar de toekomst voor jongeren onzeker is. Naast een hernieuwde focus op basisonderwijs zetten we in op verdere uitbreiding van het Skills & Jobs programma, met speciale aandacht voor praktijkonderwijs.”

    “Tegen kinderarbeid. Kinderrechten worden versterkt door de bestrijding van kinderarbeid/slavernij. Nederland investeert in child labour free zones en sociale vangnetten voor weeskinderen.”

  • Migratiebeleid

    “Staan voor rechtsbescherming vluchtelingen. Mensen die vluchten bevinden zich in een afhankelijke en vaak kwetsbare positie en moeten kunnen rekenen op een rechtvaardige behandeling van hun asielverzoek. Nederland eerbiedigt de internationale rechtsbescherming voor vluchtelingen, zoals vastgelegd in het vluchtelingenverdrag en de mensenrechtenverdragen.”

    “Betere opvang in de regio. Vluchtelingen worden in veruit de meeste gevallen opgevangen in hun eigen regio. Nederland draagt bij aan het verbeteren van humane en veilige opvang, onder meer via gerichte ondersteuning door Nederlandse hulporganisaties. Omdat het over het algemeen meer dan vijftien jaar duurt voor vluchtelingen kunnen terugkeren, is meerjarige steun nodig, met goede lokale inbedding.”

    Hervestiging van kinderen. Europese solidariteit begint met een daad. Nederland neemt samen met andere welwillende lidstaten verantwoordelijkheid en vangt een evenredig deel van de alleenstaande minderjarige vluchtelingen uit Griekse en Italiaanse kampen op.”

    “Einde aan troosteloze vluchtelingenkampen in Europa. De schrijnende situatie in vluchtelingenkampen aan de Middellandse Zee is een aanklacht tegen heel Europa en moet helemaal ten einde komen. Er komen zo spoedig mogelijk afspraken over verdeling van de vluchtelingen die daar verblijven.”

    “Geen quotum. Er komt géén beperkend quotum voor het opvangen van vluchtelingen in Nederland (asielmigratie).”

    “Ruimhartig uitnodigingsbeleid voor kwetsbare vluchtelingen. Nederland introduceert een ruimhartiger uitnodigingsbeleid voor vluchtelingen, zodat we jaarlijks 5000 van de meest kwetsbare vluchtelingen zelf uitnodigen in Nederland. Het gaat dan bijvoorbeeld om mensen uit vluchtelingenkampen die door de UNHCR zijn aangemerkt voor hervestiging. Er is daarbij bijzondere aandacht voor specifieke groepen, zoals religieuze minderheden of LHBT’ers.”

    “Zorgvuldige asielprocedures. Voor een goed nationaal asielbeleid is het van groot belang dat snel duidelijk wordt wie vluchteling is en wie om andere redenen naar Nederland is gekomen en dus terug moet keren. De Nederlandse procedures zijn op papier al snel, maar de chaos bij de Immigratie en Naturalisatie Dienst (IND) zorgt toch voor onrechtvaardig lange wachttijden. Die chaos is niet te wijten aan de loyale medewerkers van de IND, maar het gevolg van politiek wanbeheer. Er wordt daarom weer geïnvesteerd in de IND en haar medewerkers, zodat asielverzoeken snel, deskundig, onafhankelijk en met voldoende zorg in behandeling genomen kunnen worden. Procedures worden niet verder versoberd. In lijn met de aanbevelingen van de ACVZ stelt de IND een expertpanel in om landeninformatie beter te beoordelen.”

    “Geen vreemdelingendetentie. Detentie van onschuldige migranten in afwachting van hun uitzetting wordt zoveel mogelijk vervangen door alternatieven, zoals een meldplicht. Waar vreemdelingen-detentie onvermijdelijk is, geldt een humaan regime: zo lang mogelijk uit cel, twee op een cel alleen vrijwillig en geen eenzame opsluiting (isolatie). Visitatie wordt verboden in vreemdelingenbewaring, bodyscans vormen waar nodig een alternatief.”

    Discretionaire bevoegdheid. Juist bij een sterk gereguleerd migratiebeleid blijft het van groot belang om ruimte te houden voor uitzonderingen ten behoeve van schrijnende gevallen. Daarom keert de discretionaire bevoegdheid terug, zodat een bewindspersoon in bijzondere gevallen een verblijfsvergunning kan toekennen in afwijking van de geldende regels. Het moet zo altijd mogelijk zijn een laatste check uit te voeren of er niet sprake is van een schrijnende situatie, ook al binnen de eerste procedure.”

    Geen strafbaarstelling van illegaliteit. Het vraagstuk van mensen die zonder verblijfsrecht in Nederland blijven is een sociaal-maatschappelijke kwestie en mag niet in het strafrecht getrokken worden.”

    Bed, bad, brood en begeleiding. De nieuwe Landelijke Voorziening Vreemdelingen (LVV), die bed, bad, brood en begeleiding regelt voor ongedocumenteerden, wordt uitgebreid en krijgt landelijke dekking. De overheid machtigt vertegenwoordigers van onder meer de IND om tot een oplossing te komen, zodat in samenspraak met het lokale overleg afspraken worden gemaakt over begeleiding bij uitzetting of alsnog tot een verblijfsvergunning kan worden besloten.”

    Migratie naar SZW. Migratie wordt teveel behandeld als een ‘law&order’ thema. De hele migratieketen komt onder verantwoordelijkheid van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te vallen. Zo kan ook een betere verbinding gemaakt worden tussen immigratie, integratie en arbeidsmarktbeleid.”

    “Sluiten asielzoekerscentra; naar lokale opvang. Asielzoekers worden nu van locatie naar locatie verplaatst, waardoor het heel moeilijk is om een netwerk op te bouwen. Efficiency en kostenbesparing leiden tot grote opvanglocaties op afgelegen terreinen. Er is een lokale aanpak nodig, met kleinschalige opvang op een duurzame plek, onder verantwoordelijkheid van gemeenten. Daardoor kunnen asielzoekers makkelijker een netwerk opbouwen via een plaatselijk kerk, sportvereniging of buurt. Het COA vangt in hun centrale locaties voortaan alleen nog asielzoekers op uit veilige landen, die snel terug kunnen, en asielzoekers die overlast geven. De opvang van asielzoekers wordt verder naar gemeenten gedecentraliseerd, zodat lokaal kan worden gekeken hoe zij goed kunnen worden opgevangen in de gemeenschap of kunnen worden voorbereid op vertrek.”

    “Structurele regeling voor gewortelde kinderen. Zolang er nog steeds kinderen zijn die langer dan vijf jaar moeten wachten op een definitieve beslissing van de IND, en beschikbaar en in beeld zijn gebleven gedurende die periode, is voor deze groep een oplossing nodig via een structurele wortelingsregeling. Tegelijk wordt hard gewerkt om deze situaties voor gezinnen en kinderen voortaan te voorkomen.”

  • Veel kindspecifieke voorstellen/ standpunten, met een versterkend effect op de positie van (kwetsbare) kinderen.
    De partij versterkt de implementatie van kinderrechten

  • Een aantal kindspecifieke voorstellen/ standpunten met een versterkend effect op de positie van (kwetsbare) kinderen.
    De partij draagt in zekere mate bij aan de versterking van kinderrechten

  • Algemene voorstellen/ standpunten waarvan wél een positief effect op (kwetsbare) kinderen te verwachten is.

    Hoewel de partij oog heeft voor het betreffende thema, ontbreekt het kinder-rechtelijk
    perspectief

  • Algemene voorstellen/ standpunten, waarvan het positieve effect op (kwetsbare) kinderen onduidelijk is.

    De partij draagt niet of nauwelijks bij aan de versterking van kinderrechten

  • Voorstellen met een negatief effect op de positie van (kwetsbare) kinderen.

    De partij verzwakt de implementatie van kinderrechten

  • Geen enkel standpunt of beleidsvoorstel op dit thema.

Back To Top